Stilte in de stad – na corona

Wat een verademing was het. Van maart tot en met mei 2020. De stille stad. Dat is een persoonlijke beleving, dat weet ik. Het heeft in ieder geval het idee opgeleverd dat de stad er ook anders kan uitzien. Doordat de noodzaak om afstand te houden, was er meer ruimte nodig. Het is nu nog geen tijd om allerlei oplossingen te formuleren. Vooral vragen stellen. Ik wil in dit blog graag een aantal accenten leggen over de toekomst van de stad Apeldoorn.


De stilte tijdens de intelligente lockdown was oorverdovend (mooi).

Geen auto’s, feestgangers, motoren, scooters, gevulde parkeerplekken, rondrazende bussen, rennende mensen, weinig economische activiteit. En vooral: geen haast. Het moment van omslag was de openstelling van de horeca begin juni. Is lawaai een probleem? Nee, zeker niet! Maar de stilte liet vooral de mooie kanten van Apeldoorn zien: de mooie gevels, rustgevende parken, groene bomen, stille straten. Niet dat het ervoor niet was, maar de aandacht ervoor was minder (bij mij). De stilte schiep de mogelijkheid om de publieke ruimte eens echt goed te bekijken. En Apeldoorn bleek nog mooier dan het al was. De vraag is natuurlijk: zijn er stilte-bevorderende maatregelen nodig?

De publieke ruimte in het centrum en in de wijken is meer een verblijfsplek gebleken dan dat het voor mobiliteit gebruikt zou moeten worden.

Zonder de noodzaak om elke dag naar het werk te gaan, en zonder de noodzaak om frequent te reizen, valt het op dat de aard van het dagelijkse leven verblijven is, in tegenstelling tot het verplaatsen in het verleden. Stel dat dat de komende decennia zo blijft. Dat betekent een enorme verandering voor de openbare ruimte. Minder wegen, meer parken. Meer zitplekken en bankjes, minder parkeerplekken. Meer gericht op schoonheid, minder op asfalt. En vooral: meer ontmoetingsplekken.

De auto niet meer de belangrijkste vorm van mobiliteit in de binnenstad en in de wijken.

Wanneer verplaatsen minder belangrijk is, en helemaal met kortere afstanden, dan moeten we ruimte geven aan slow-mobility (wandelen, fietsen, langzaam elektrisch-vervoer) en openbaar vervoer. Nog meer dan in het verleden de fiets centraal stellen.

In de binnenstad van Apeldoorn is meer ruimte nodig voor de warenmarkt, voor winkels en horeca.

Een andere les in corona-tijd is dat de ruimte in de binnenstad en wijkwinkelcentra een beperkende factor was. Horeca heeft meer ruimte nodig voor terrassen. De warenmarkt vraagt om meer ruimte. Dat vraagt om keuzes maken. Waarbij het economische belang niet altijd voorop hoeft te lopen. Zeker niet als het ten koste gaat van ontmoetingsplekken en zitplekken in de openbare ruimte. De plannen voor de vergroening van de binnenstad passen hier helemaal bij. Groen en ruimte.

Jan Dirk van der Borg

Abbonneren op de Borgbrief? Klik hier: http://www.jandirkvanderborg.nl/nieuwsbrief/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *