• Op donderdag 20 juni werd de Voorjaarsnota behandeld in de Apeldoornse gemeenteraad. In de Voorjaarsnota worden de kaders voor het opstellen van de jaarlijkse begroting geformuleerd. Ik sprak bij de algemene beschouwingen voor de Voorjaarsnota de volgende tekst uit: 

    Een voorjaarsnota met twee gezichten.

    En dat in onrustige tijden. We zien totaal verschillende verkiezingsuitslagen in een paar maanden tijd. De politieke arena lijkt meer en meer op een woordenstrijd tussen flanken op links en rechts. In alle heftigheid lijkt het gewone midden wel oorverdovend stil.  

    Er is in slechts enkele decennia veel veranderd. Want met de teloorgang van geloof en kerk als samenbinder gaan mensen op zoek naar nieuwe ankerpunten. Er ontstaan nieuwe, scherpere scheidslijnen. We zien die scheidslijnen op diverse terreinen terug: sociaal-economisch door grotere inkomensverschillen, botsing van ideeën over immigratie en duurzaamheid, onderwijsachterstanden, traditie vs. toekomstgeloof. 

    We zien als reactie veel overheden driftig op zoek gaan naar allerlei vormen van burgerparticipatie. Wat ons betreft begint het bij leiderschap. Het goede en integere voorbeeld geven, fatsoenlijk met elkaar omgaan, dichtbij mensen staan en strijden voor onze inwoners. Een politicus moet bezwaren en zorgen benoemen, maar bovenal ook hoop en perspectief bieden. 

    (meer…)
  • Molenmaker Klaas Kremer

    Mijn betovergrootmoeder Anje Kremer werd geboren in 1845, en groeide op in een gezin met vijf kinderen. Zij trouwde later met Jan Lammert Havinga. Haar oudere broer Klaas Eltjes Kremer stond in Thesinge bekend als de molenmaker. De schrijver Oomkes heeft in een van zijn boeken over hem geschreven.

    Klaas Eltjes Kremer woonde met zijn echtgenote Harmina Wieringa vlakbij de molen Germania in Thesinge in een boerderij waar ook een molenwerkplaats was gevestigd. Op het erf van de boerderij werd rond 1890 door de molenmakers Christiaan Bremer uit Middelstum en Klaas Eltjes Kremer een molentje gebouwd. Het molentje draagt de naam ‘De David’ (bron).

    Molentje ‘De David’, met op de achtergrond de Thesingse molen Germania.

    In 1894 werd het molentje verkocht aan J. Bolhuis, die het 500m verplaatste. In 1934, na 40 jaar trouwe dienst, werd het molentje door molenmaker Thomas Bremer in Adorp aangekocht, gerestaureerd en opgeslagen. Sinds kort staat het molentje naar verluid in Warffum, in openluchtmuseum Het Hoogeland. (bron)

    Klaas Eltjes Kremer overleed in 1915. Zijn vrouw Harmina Wieringa in 1911. Ze liggen beide begraven in Thesinge, waarvan de grafstenen hieronder het bewijs zijn (bron).

  • Stormvloeden hebben Zeeland tot in het recente verleden geteisterd. Tussen 1134 en 1530 waren er meer dan 45 ernstige overstromingsrampen. Sint Felix quade saterdach op 5 november 1530 was de grootste ramp. Alleen de kerktoren van Kortgene stak nog boven het water uit. Toen men twee jaar Noord Beveland bijna had hersteld, werd al dit werk verwoest door de Allerzielenvloed van 2 november 1532. Door deze twee vloeden ging veel land permanent verloren. Sindsdien bleef het “drijvende”, dus onbedijkt en onbeschermd tegen wind en water, tot tussen 1598 en 1697 het land opnieuw werd ingepolderd en opnieuw bevolkt. De polders van Wissenkerke en Kortgene worden namelijk later ingepolderd dan Colijnsplaat. Meer informatie over de inpoldering van Noord Beveland is hier te vinden. De nieuwe bewoners waren vooral van Schouwen en Duiveland en van Tholen afkomstig (bron: P.W. Meertens – Zeeuwse familienamen).

    Wat brengt mij nu bij dit verhaal? Wel, de stamvader van de familie Kooman, Willem Willemse Kooman (1779-1833), stamt via Gerard Maartense Kooman af van de familie Harthoorn. Willem Willemse Kooman woonde en werkte in Looperskapelle en Duivendijke op het huidige Schouwen-Duiveland. Zijn opa Gerard Maartense Kooman is geboren in Oud-Vossemeer en later naar Schouwen-Duiveland verhuisd. Zijn moeder heette Janneken Reyniers Harthoorn. En dat maakt het interessant. Onderstaand schema maakt het allemaal duidelijk.

    In het tijdschrift Gens Nostra van januari 1976 staat een verhaal over de oudste generatie van de Zeeuwse familie Harthoorn. Anthonis Jansz. en Dina Reyniers zijn de oudste bekende familieleden, getrouwd in ca. 1620. Zij hadden 6 kinderen, voor zover bekend: Jan Anthonisz, Reinier, Pieter, Cornelis, Reijnier Anthonisse en Adriaen. De verwachting is dat een deel deze familie en voorouders, die later Harthoorn gaat heten, een van de eerste bewoners zijn van het ‘nieuwe’ Noord Beveland. Uit de doopboeken van de hervormde gemeenten van Colijnsplaat wordt duidelijk dat er halverwege de 17e eeuw twee broers hebben gewoond, Jan en Cornelis Anthonisz. Zij zijn hier gedoopt. Kort nadat de polder van Wissenkerke is drooggelegd in 1652 zijn beide broers daar ook gaan wonen. Dit blijkt uit het register van schepenakten. Daarin komt ook de naam Harthoorn naar voren. Cornelis is tot zijn dood in 1704 koster van de kerk.

    Een andere broer, Reijnier Anthonisz., is als doopgetuige opgetreden bij de doop van een kind van Jan Anthonisz. en zijn vrouw Catalijnken Jans in Colijnsplaat (1650). Reijnier vertrekt later naar Sint Philipsland, doet daar belijdenis, was diaken van 1675-1685 en vertrok daarna naar Oud Vossemeer. Reijnier is de opa van de eerder genoemde Gerard Maartense Kooman.

    Maar daarmee is nog niet verklaard waar deze Harthoorn’s vandaan komen. Waarschijnlijk uit Kruiningen. In 1631 is in het oudste doopboek van de hervormde gemeente van Kruiningen een doop te vinden van ‘Reynier’, zoon van Anthony Janssen en Reyniers, en later in 1634 een doop van vermoedelijke Adriaen, zoon van Anthony Janssen en Dina Reyniers. Ook kocht Jan Anthonisz., waarschijnlijk de oudste zoon, in 1642 een huis in Kruiningen binnen de ring van het dorp. Hij verkocht dat weer in 1647. Dat is waarschijnlijk het moment dat hij naar Colijnsplaat vertrok. Latere doopbewijzen onderbouwen dat twee broers naar Colijnsplaat verhuisden.

    Het zijn broze bewijzen, maar het is aan te nemen dat de familie Harthoorn voor een deel de wortels heeft in het ‘nieuwe’ Noord Beveland, en voor een deel de wortels heeft in Zuid Beveland.

  • Op 30 december 1839 vindt in Zegveld een bijzondere gebeurtenis plaats. In onderstaand artikel beschrijft G.J.A. Beerthuizen – van Kooten hoe de 10-jarige Annigje Blok van de verdrinking wordt gered. Bijzonder voor onze familie is dat Annigje Blok een oudmoeder is aan mijn moeders kant (de familie Kooman-Verburg). De familie Blok woonde in die periode in Zegveld.

    De voorouders van Arie Verburg (mijn overgrootvader aan moeders kant)
    Annigje-Blok-een-Zegveldse-drenkelinge

  • De Kerstvloed van 1717 was een enorme ramp in Groningen. Door de slechte dijken en de krachtige storm heeft deze ramp zich op de Eerste Kerstdag van 1717 voltrokken. De Kerstvloed eiste ongeveer 13.300 mensenlevens, in Duitsland, Friesland, maar vooral ook Groningen. Het zeewater in de Ommelanden stond 2 tot 3 meter hoog en bereikte de poorten van de stad Groningen. 2276 mensen overleden.

    Mijn oudvader Jan Pieters van der Borg (geboren 1810) trouwde in 1833 met Kornelia Kadijk in Eenrum, nabij Pieterburen. De familie Kadijk/Cadijk woonden jarenlang, zo niet eeuwenlang, in een van de drie Ommelanden: Hunsingo, het gebied aan de Groningse kust bij de Waddenzee. De vader van Kornelia was Jacob Rentjes Kadijk, landbouwer uit Pieterburen. Hij was getrouwd met Aafke Jans van Dijk. Jacob Rentjes was de zoon van Reyntje Jans Kadijk en Cornelske Jans Luitjens. Op zijn beurt was Reyntje Jans de zoon van Jan Jakobs Vos Kadijk en Nieske Emes. De naam Kadijk komt overigens van de Kadijk uit Pieterburen en betekent ‘een lage dijk’.

    Jan Jakobs Vos Kadijk boerde aan de Oude Zeedijk 4 in Pieterburen (deze boerderij is voor 2000 afgebroken). Vanaf 1741 boerden hier vier generaties Vos/Kadijk. Een boerderij even verderop werd ook hun eigendom, deze is ook afgebroken.

    Jan Jakobs Vos Kadijk was de zoon van Jacob Reintjen Vos, en dan zijn we op het moment in de geschiedenis waar we willen zijn. Jacob Reintjen Vos trouwde met Anje Writzers. Anje was eerder getrouwd met haar broer Abel Jacobs (van 1707-1717). Voor het gezin Abel en Anje was de Kerstvloed van 1717 zeer noodlottig.

    De voorouders van Kornelia Kadijk vanaf Jacob Reyntjes Vos en Anje Writzers

    Bij de Kerstvloed van 1717 verloor Anje Writzers haar man Abel Jacobs en hun vijf kinderen: Jantjen, Grabrigh, Petertjen, Jacob en Aafke van 1 tot 9 jaar oud. Meer is te lezen in het boek “Verhaal van alle hooge Watervloeden”, geschreven door Gerhardus Outhof in 1720. Outhof schrijft: “Abel Jacobs moeste lijden dat zijne kinderen verdronken, terwijl zijne meidt, schoon aan en boom geraakt, dit selve onheyl ook in zijn gezigt trof. Hij zelve dreef met zijn vrouw en knegt op een stuk van ’thuisdak, dog raakte daar af en verdronk, zonder weeten van zijn vrouw en knegt, die te Bafloo dreven en behouden wierden.” Anje Writzers hertrouwde op 27 november 1718 met Abel zijn broer Jacob Reintjen, zij kregen nog vier kinderen.

    Verantwoording: bovenstaande teksten komen uit eigen genealogisch onderzoek en gedeeltelijk van de websites Historiek.nl, Deverhalenvangroningen.nl en Kerstvloed1717.nl. Van de Kerstvloed van 1717 is in 2017 (300 jaar geleden) een film gemaakt.

    https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-kerstvloed-van-1717

    https://www.kerstvloed1717.nl/verhalen/kerstvloed-1717-achtergrond